header gratistheorie.nl

B6. Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.

B6De vorm van dit bord is uniek. Zodoende is dit bord ook aan de achterzijde te herkennen, of als het bord besneeuwd is.
Als je een kruispunt nadert waar dit bord staat en er komen geen bestuurders aan op de kruisende weg aan wie je voorrang zou moeten verlenen, hoef je niet eerst te stoppen en dan pas het kruispunt over te steken.
Je moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg, niet aan voetgangers op de kruisende weg.
Als je bij een voorrangskruispunt rechtsaf wilt slaan, kijk dan ook goed naar rechts. Hier kunnen inhalende bestuurders rijden, welke op jouw weghelft rijden.

Houd overstekende voetgangers in de gaten. Voetgangers gaan er soms vanuit dat zij ook voor mogen gaan. Als jouw snelheid vrij laag is, of als je gestopt bent om een ander voertuig voorrang te verlenen, kunnen zij plotseling de weg oversteken.

Laat door jouw snelheid en manier van naderen, de bestuurders op de kruisende weg blijken dat je daadwerkelijk van plan bent om voorrang te verlenen. Op het laatste moment hard remmen en daarbij vlak voor de kruisende weg tot stilstand komen wordt niet beschouwd als voorrang verlenen.
Laat bij het verlenen van voorrang het kruisingsvlak vrij.

Op wegen buiten de bebouwde kom wordt vaak een voorwaarschuwingsbord geplaatst. Soms met een voorwaarschuwingsdriehoek op het wegdek. Deze driehoek op het wegdek heeft op zichzelf geen wettelijke betekenis, maar geldt alleen als waarschuwing.

Het dwarsverkeer rijdt hier vaak sneller dan op kruispunten van wegen van gelijke orde. Vooral bij linksafslaan en dus als het ware VOOR het achteropkomend (dus dwarsverkeer) uitkomend, betekent dit dat je al behoorlijk wat snelheid moet hebben. Niet aarzelen dus, maar weten wat je doet, goed inschatten hoe snel die auto bij je is en bekend zijn met wat je met je eigen auto kan.

Dit bord wordt altijd geplaatst in combinatie met haaientanden op het wegdek. Haaientanden hebben dezelfde betekenis als dit bord.
Er zijn ook situaties waar je wel voorrang moet verlenen, maar bord B6 vaak niet geplaatst is. Dit komt voor:

  • op onverharde wegen, omdat bestuurders op een onverharde weg altijd voorrang moeten verlenen aan bestuurders op een verharde weg.
  • bij uitritten, omdat bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, waaronder het oprijden van een weg vanuit een uitrit, het overige verkeer voor moeten laten gaan. Indien de uitrit niet als zodanig wordt herkend door de verkeersdeelnemers, dient de uitrit te worden gereconstrueerd.
  • op kruispunten van fiets- of fiets/bromfietspaden onderling, omdat de voorrang hier geregeld kan worden middels de haaientanden op het wegdek.
  • op vloeiende toeritten van auto(snel)wegen en op aansluitingen van autosnelwegen onderling, omdat het invoegen vanaf de invoegstrook de doorgaande rijbaan op en het wisselen van rijstrook, aangemerkt worden als bijzondere manoeuvres, dus het overige verkeer voor laten gaan.
  • op fietspaden, fiets/bromfietspaden en parallelwegen, indien de aanwezigheid van het bord B6 verwarring zou kunnen geven voor andere bestuurders. De voorrang wordt dan geregeld door middel van haaientanden op het pad of de parallelweg (denk hierbij onder andere aan de minivoorrangsrotonde).
Voorrang Stop
Voorrang Stop