auto header gratistheorie.nl

Verkeerstekens - Verkeerslichten.

Artikel 68

1.    Bij driekleurige verkeerslichten betekent:
a.    groen licht: doorgaan;
b.    geel licht: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;
c.    rood licht: stop.

2.     Indien in een driekleurig verkeerslicht of in een daaraan toegevoegd éénkleurig verkeerslicht een verlichte pijl zichtbaar is, geldt het licht uitsluitend voor de door de pijl aangegeven richting.
3.     Indien een verlichte afbeelding van een fiets zichtbaar is, geldt het licht voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.
4.     Bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire kolonne die het verkeerslicht bij groen licht is begonnen te passeren, mogen blijven doorgaan ook nadat een andere kleur licht zichtbaar is geworden.
5.    Indien onder of bij een driekleurig verkeerslicht een bord is geplaatst met de tekst «Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij» respectievelijk« Rechtsaf voor fietsers vrij» gelden het gele en het rode licht niet voor rechts afslaande fietsers, bromfietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig respectievelijk voor fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.
6.     Zij dienen alsdan het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan.
7.    Ingeval een weg is verdeeld in rijstroken met verkeer in dezelfde richting, kan de toepassing van een verkeerslicht worden beperkt tot één van deze rijstroken. In dat geval heeft het verkeerslicht slechts betrekking op het verkeer op de aangeduide rijstrook.
Artikel 69
1.    Bij tweekleurige verkeerslichten betekent:
a.    geel licht: stop; voor bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;
b.    rood licht: stop.

2.     Het tweede tot en met zevende lid van artikel 68 zijn van overeenkomstige toepassing.


Artikel 70

1.    Bij tram/buslichten betekent:
a.    wit licht of wit knipperlicht: doorgaan;
b.    geel licht: stop; voor bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;
c.    rood licht: stop.

2.     Het witte licht en het witte knipperlicht gelden slechts voor de aangegeven richtingen.
3.     De tram/buslichten gelden voor bestuurders van een tram en van een lijnbus, die de richting volgen waarop het licht betrekking heeft.
4.    De tram/buslichten gelden tevens voor bestuurders van voertuigen, niet zijnde een lijnbus, die een busbaan of een busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft.
Artikel 71
Bij overweglichten betekent:
a.    wit knipperlicht: er nadert geen trein;
b.    rood knipperlicht: stop.

Artikel 72

Bij bruglichten betekent rood licht of rood knipperlicht: stop.
Artikel 73
Bij rijstrooklichten betekent:
a.    groene pijl of maximumsnelheid, aangeduid door bord A3 van bijlage I: de rijstrook mag worden gebruikt;
b.    rood kruis: de rijstrook mag niet worden gebruikt. De vluchtstrook mag alleen in noodgevallen worden gebruikt;
c.    witte pijl: voorwaarschuwing rood kruis;
d.    het woord "BUS" de rijstrook mag slechts gebruikt worden door bestuurders van een lijnbus en bestuurders van een autobus;
e.    het woord "LIJNBUS" de rijstrook mag slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus.

Artikel 74

1.    Bij voetgangerslichten betekent:
a.    groen licht: voetgangers mogen oversteken;
b.    groen knipperend licht: voetgangers mogen oversteken; het rode licht verschijnt spoedig;
c.    rood licht: voetgangers mogen niet meer beginnen over te steken; reeds overstekende voetgangers moeten zo snel mogelijk doorlopen.

2.     Indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75, mogen voetgangers oversteken, mits zij het overige verkeer ter plaatse voor laten gaan.
Artikel 75
Geel knipperlicht betekent: gevaarlijk punt; voorzichtigheid geboden.

Het RVV Verkeerstekens wegdek
Het RVV Verkeerstekens wegdek