| Een auto
moet voorzien zijn van tenminste een geluidssignaalinrichting,
die bestaat uit een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte.
Een samenstel van tegelijk werkende hoorns wordt als een hoorn
beschouwd. Meertonige hoorns zijn verboden.
Een geluidssignaal dat in werking
treed als de achteruitversnelling is ingeschakeld is toegestaan.
Ook is het aanbrengen van een geluidssignaalinrichting die in
werking treed bij diefstal of ongeoorloofd gebruik van de auto
toegestaan.
Op het dashboard kunnen een
aantal controlelampjes aangebracht zijn. Er kunnen lampjes zijn
ter controle van:
- Stads-, dim- en grootlicht
- Motoroliedruk
- Laadstroom
- Handrem
- (Waarschuwings)knipperlichten
- Mist(achter)lichten
- Achterruitverwarming
- Reservevoorraad brandstof
 |
Het
controlelampje laat zien dat de handrem staat
aangetrokken. |
|