|
Verlichting
De volgende
lampen dien je te controleren.
- Stads,
dim en groot licht,
- Seinlicht,
- Achterlicht,
- Remlicht,
van zowel de voorrem als de achterrem,
- Richtingaanwijzers,
- Dashboardverlichting,
- Controlelampjes.
Uiteraard weet je hoe alle
knopjes van de verlichting werken, zoals het grootlicht. Tevens
ken je de werking van de dodemansknop.
Ook controleer je of de claxon
naar behoren werkt.
Vering
De motorfiets heeft aan de
voorzijde twee schokdempers. Je controleert bij beide
schokdempers of er geen sporen van olielekkage aanwezig zijn. De
olie zit dan op het glimmende gedeelte van de vorkpoten.
Ook aan de achterzijde bevinden
zich twee schokdempers. Beide schokdempers controleer je op
sporen van olielekkage. De olie zit dan op het glimmende
gedeelte van de schokdemper.
De achterschokdempers kun je
afstellen. Dit doe je om de vering aan te passen aan de
belasting van de motorfiets. Er is natuurlijk wel een verschil
of er alleen een lichte bestuurder op de motorfiets zit, of een
zware bestuurder die ook nog eens een passagier vervoert..
De achterschokdempers van een
Kawasaki ER-5 heeft 5 verschillende standen. Beide schokdempers
moeten gelijk zijn afgesteld. Is dit niet het geval, dan is dit
nadelig voor de rijeigenschappen en kan tot gevaarlijke
situaties leiden.
|