Navigatie knoppen voor in de motor cursus.

GratisTheorie.nl

GratisTheorie.nl
ss

Hoofdstukken overzicht

Motorfiets - Snelheid

Snelheid bij moeilijke omstandigheden

 

Bij mist: HALVEER JE SNELHEID, VERDUBBEL JE AFSTAND.

Dit klinkt logisch maar is het niet helemaal. Mist kan even plotseling verdwijnen als dat het komt opzetten. Als je in een mistbank terecht komt ga dan niet als een gek remmen, maar neem geleidelijk snelheid terug en neem meer afstand van je voorganger. Rij je bij dichte mist of bij constant opduikende mist in de bergen of op een andere gevaarlijke plaats, stop dan met rijden. Doordat je niets ziet door de mist kun je zomaar een ravijn inrijden.

Wordt er sneeuw of ijzel voorspelt laat dan je motorfiets maar staan. Onder deze omstandigheden bestaat op zijn minst het gevaar voor vallen. Gaat het onderweg sneeuwen, stop dan en parkeer je motorfiets op een veilige plaats. Ga je toch rijden op een besneeuwd wegdek vraag je om problemen.

Is er voldoende gestrooid op de wegen kun je in principe weer gaan rijden. Bedenk wel dat het strooizout alle onderdelen van je motorfiets aantast. Na iedere rit moet je de remmen afspoelen met schoon water.

Sneeuw zie je tenminste nog liggen. Veel verraderlijker is ijzel. Het lijkt er op dat het licht regent, of geregend heeft, maar de wegen worden spiegelglad. Rijden met de motorfiets is onmogelijk en zelfs lopen wordt al een gevaarlijke bezigheid.

Houd bij regen meer afstand van je voorganger dan normaal en rijd langzamer.

Door de regen zie je de witte strepen op het wegdek veel slechter en als het donker is terwijl het regent zie je de witte strepen bijna helemaal niet meer. Je rijdt dan meer op de gok dan dat je echt wat ziet, pas je snelheid dus aan.

Putdeksels en strepen op het wegdek moet je normaal al proberen te ontwijken, als het geregend heeft moet je daar helemaal wegblijven.

Op zich verschilt het rijden in de winter niet veel van het rijden in de zomer, behalve als er speciale weerseffecten in het spel zijn. Regen in de winter is kouder dan in de zomer, vooral als regen in ijzel verandert. IJzel is wel het meest geniepige glijmiddel dat bestaat. Zo is het water en zo is het ijs; vooral op bruggen, viaducten, stukken weg in de schaduw en verder overal waar je het niet verwacht. Vooral ook omdat het er gewoon als water uitziet. Er zijn caféverhalen dat je op ijzel gewoon onbevangen hard door moet blijven rijden. Maar wie hard rijdt, zal hard vallen. Dus daarom langzaam aan; niet of heel voorzichtig remmen (eerst zachtjes met de achterrem); niet sturen; geen voeten aan de grond; niet verkrampen; zoveel mogelijk rechtop blijven zitten; rustig gasgeven en -minderen; in de hoogst mogelijke versnelling rijden. Diegenen, die kunnen luisteren, horen soms de overgang van water in ijzel. Water maakt een sissend geluid onder de banden. Bij ijzel wordt het akelig stil.

Verse sneeuw is mooi en geeft weinig problemen. Blijf in het midden in de verse sneeuw rijden. Platgereden sneeuw is veel gladder en verandert onder de banden in ijs. Sneeuw wordt nog vervelender als er bevroren richels ontstaan.

Mist betekent langzaam aan. Hoe minder je ziet, des te langzamer aan. Omdat niet alle weggebruikers zo reageren, is het aan te bevelen zoveel mogelijk verlichte wegen te volgen. Bij mist mag de bril afgezet of het vizier omhoog geklapt worden. Oriënteren op de achterlichten van je voorganger kan een stuk schelen, maar blijf zelf wel op de wegmarkeringstrepen letten, want ontelbaar zijn de grappen over het tot in een garage volgen van je voorganger of elkaar tegenkomen op de wegas (het midden van de rijbaan).

De enig goede verlichting in de mist is gewoon dimlicht. Groot licht verblindt jezelf, omdat het licht in de mist terugkaatst. Het is jammer, dat de meeste motoren geen mistachterlicht hebben. Dat zou wel zo veilig zijn. Sommigen sluiten daarom het remlicht kort. Het is verboden, maar in noodgevallen in heel dichte mist wel bruikbaar.

Inhalen in de mist is vrijwel uit den boze. Vlak achter de voorganger lijkt het wat minder mistig, maar na het inhalen rij je werkelijk tegen een muur van mist aan.

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen is het toch mogelijk, dat niets en niemand de motor meer tegenhoudt. De motor slipt. Een achterwielslip is nog wel op te vangen met tegenstuur, maar een voorwielslip is vaak onherroepelijk. Soms lukt het om de motor met één been nog rechtop te trappen, maar vallen is meestal onvermijdelijk. Probeer dan "glijdend" te vallen, dus niet buitelen. Houd met de benen de motorfiets van je af en bescherm je hoofd met je armen. Heel vaak loopt het redelijk goed af. De motor is er meestal slechter aan toe. Zeker in de winter is het monteren van een valbeugel het overwegen waard. En wie nog verder wil gaan en daarvoor ook de motor heeft: een zijspan.

Er zijn omstandigheden, waarin je jezelf moet afvragen of het wel verantwoord is om met de motor op pad te gaan. Tenslotte is niet iedereen acrobaat en zeker niet levensmoe.


Bladzijde terug

Bladzijde verder

Copyright © Fersa