|
Maar al te vaak word verteld dat de plaats
op de weg iets links van het midden moet zijn. Maar is dit juist?
Met een klein beetje logisch nadenken
kom je er achter dat dit natuurlijk niet altijd zo is. Waarom dan toch
stug volhouden met te zeggen: “Denk aan je plaats op de weg. Iets
links van het midden!” Misschien verwachten sommige instructeurs dat
elke beginnende (en ervaren) motorrijder zelf wel begrijpt dat hij een
enkele keer zijn positie moet aanpassen, als de omstandigheden dit
vereisen.
Mijn ervaring is dat motorrijders dit
niet doen als hun niet verteld word hoe ze hun plaats op de weg moeten
bepalen en waarom.
Hierna volgen diverse voorbeelden van
wat de juiste (veiligste) plaats op de weg zou moeten zijn. Uiteraard
hoort ook de snelheid aangepast te worden vooral als je door
omstandigheden je positie niet kan veranderen.
Het is van belang dat je in elke
situatie de positie inneemt die ongeveer op de helft van de
beschikbare ruimte is. Uiteraard hebben het soort en de toestand van
het wegdek hier ook invloed op. Tevens moet je altijd zoveel mogelijk
zicht hebben en er voor zorgen dat je zo vroeg mogelijk gezien kan
worden.
We nemen als eerste een rijbaan zonder
rijstrookverdeling.
 |
Wat is nu de juiste
positie?
|
 |
In het midden.
Is de breedte van de
rijbaan van belang? Nee
Maakt het uit of dit binnen of
buiten de bebouwde kom is? Nee.
|
 |
Nu de zelfde situatie
maar wel met rijstrookverdeling
Wat is nu de juiste positie?
|
 |
Opnieuw in het
midden op de rijbaan. Uiteraard rij je niet over de strepen. Dus
rij je iets rechts van de strepen. |
Door welke factoren moet je de positie
gaan aanpassen?
- Geparkeerde voertuigen
- Tegemoetkomend verkeer
- Zijstraten
- Toestand van het wegdek
- Drempels
- Inhalen
- Uitvoegen
- Voorsorteren
- Rijden in groepsverband
- Bochten
- Verkeer voor je dat gaat afslaan
- Wegversmallingen
Geparkeerde
voertuigen
 |
Staan de auto's
aan de rechterzijde geparkeerd, rij je meer links. |
 |
 |
Staan de auto's
aan de linkerzijde geparkeerd, rij je meer rechts. |
 |
 |
Staan de auto's
aan beide zijden geparkeerd, rij je in het midden. |
 |
Tegenliggers
 |
Komen er
tegenliggers, rij je meer naar rechts. |
 |
Je blijft
dus niet in het midden rijden! |
|
 |
Komen er
tegenliggers en zijn er zijstraten, rij je meer naar rechts.
Daarbij pas je ook de snelheid aan. |
Zijstraten
 |
Zijn er zijstraten
van rechts, rij je meer naar links. Je kunt eerder en verder de
zijstraten inkijken. Daarnaast word je eerder en beter gezien. |
 |
Zijn er zijstraten
van links, rij je meer naar rechts. Je kunt eerder en verder de
zijstraten inkijken. Daarnaast word je eerder en beter gezien. |
Toestand
van het wegdek
Uiteraard rij je niet door diepe
plassen of kuilen. Ook laat je putdeksels, pijlen, andere verf op het
wegdek, lasnaden en overige rommel op de weg met rust.
Maar ga niet slalommen om putdeksels
heen of op het laatste moment uitwijken.
Natuurlijk is het niet zo dat je meteen
valt als je ergens overheen rijdt, maar probeer zoveel mogelijk te
ontwijken wat op het wegdek is aangebracht en er aan rommel ligt.
Hoe moet je handelen als je al aan het
remmen bent en er is opeens (?) een putdeksel of iets anders dat glad
kan zijn? Laat dan de remmen los en onmiddellijk na de gladde plek op
het wegdek weer remmen.
Drempels
Er worden steeds meer drempels
aangelegd. Sommige liggen over de gehele breedte van de rijbaan. Hier
hoef je weinig aan je positie te veranderen. Wel zakken de drempels
vaak in. Wat je dan wel kan doen, is over de laagste kant heen rijden.
Andere drempels liggen in het midden
van een rijstrook. Hier moet je vooraf wel bepalen langs welke kant
van de drempel je gaat rijden. Hou dan vooral rekening met paaltjes,
geparkeerde auto’s, tegenliggers en zijstraten.
Inhalen
 |
Blijf op ruime
afstand van het voertuig dat je wilt inhalen. Meer hierover in
het hoofdstuk inhalen. |
 |
Haal je in, rij
dan zo ver mogelijk naar links. |
Uitvoegen
 |
Voeg vloeiend en
tijdig uit. Blijf op de uitrijstrook rechts van het midden
rijden. Je bent zo verder van het doorgaande verkeer vandaan. |
Rijden
in groepsverband
 |
Hou tijdens de
rijles voldoende afstand van de andere leerling. Zorg er tevens
voor dat je zo ver mogelijk vooruit kunt zien. Rij daarom iets
links of rechts achter de ander. |
Verkeer
voor je dat gaat afslaan
 |
Als je ziet dat
voor je iemand rechtsaf wil slaan, kijk dan tijdig achter en
naast je. Kijk ook goed of hij geen voetgangers of fietsers voor
moet laten gaan. Moet hij namelijk stoppen, kun je er gewoon
langs rijden. |
 |
Als je ziet dat
voor je iemand linksaf wil slaan, kijk dan tijdig achter en
naast je. Kijk ook goed of hij geen andere weggebruikers voor
moet laten gaan. Moet hij stoppen, kun je er gewoon langs
rijden. |
Levensgevaarlijke
afdekongevallen
 |
De situatie
hiernaast kan vaak levensgevaarlijk zijn. De tegenligger wil
linksaf. Door de auto naast je, is het voor de tegenligger niet
(goed) mogelijk om jou te zien. Hou hier altijd rekening mee.
Stopt de tegenligger niet, stop jij dan! |
Wegversmallingen
 |
Bij
wegversmallingen waar niet door borden geregeld is wie er eerst
mag, moet je meer naar links gaan rijden. Zo is het voor de
tegenligger duidelijk dat jij een motorrijder bent. Ook kan hij
aan jouw positie op de weg zien dat je door wil rijden. Rijd hij
alsnog door, ga je uiteraard terug naar rechts. |
|