Navigatie knoppen voor in de motor cursus.

GratisTheorie.nl

GratisTheorie.nl
ss

Hoofdstukken overzicht

Motorfiets - Motorrijles in de praktijk

Plaats op de weg

 

Maar al te vaak word verteld dat de plaats op de weg iets links van het midden moet zijn. Maar is dit juist?

Met een klein beetje logisch nadenken kom je er achter dat dit natuurlijk niet altijd zo is. Waarom dan toch stug volhouden met te zeggen: “Denk aan je plaats op de weg. Iets links van het midden!” Misschien verwachten sommige instructeurs dat elke beginnende (en ervaren) motorrijder zelf wel begrijpt dat hij een enkele keer zijn positie moet aanpassen, als de omstandigheden dit vereisen.

Mijn ervaring is dat motorrijders dit niet doen als hun niet verteld word hoe ze hun plaats op de weg moeten bepalen en waarom.

Hierna volgen diverse voorbeelden van wat de juiste (veiligste) plaats op de weg zou moeten zijn. Uiteraard hoort ook de snelheid aangepast te worden vooral als je door omstandigheden je positie niet kan veranderen.

Het is van belang dat je in elke situatie de positie inneemt die ongeveer op de helft van de beschikbare ruimte is. Uiteraard hebben het soort en de toestand van het wegdek hier ook invloed op. Tevens moet je altijd zoveel mogelijk zicht hebben en er voor zorgen dat je zo vroeg mogelijk gezien kan worden.

We nemen als eerste een rijbaan zonder rijstrookverdeling.

Wat is nu de juiste positie?
In het midden.

Is de breedte van de rijbaan van belang? Nee

Maakt het uit of dit binnen of buiten de bebouwde kom is? Nee.

Nu de zelfde situatie maar wel met rijstrookverdeling

Wat is nu de juiste positie?

Opnieuw in het midden op de rijbaan. Uiteraard rij je niet over de strepen. Dus rij je iets rechts van de strepen.

Door welke factoren moet je de positie gaan aanpassen?

  • Geparkeerde voertuigen
  • Tegemoetkomend verkeer
  • Zijstraten
  • Toestand van het wegdek
  • Drempels
  • Inhalen
  • Uitvoegen
  • Voorsorteren
  • Rijden in groepsverband
  • Bochten
  • Verkeer voor je dat gaat afslaan
  • Wegversmallingen

Geparkeerde voertuigen

Staan de auto's aan de rechterzijde geparkeerd, rij je meer links.
Staan de auto's aan de linkerzijde geparkeerd, rij je meer rechts.
Staan de auto's aan beide zijden geparkeerd, rij je in het midden.

Tegenliggers

Komen er tegenliggers, rij je meer naar rechts.
Je blijft dus niet in het midden rijden!
Komen er tegenliggers en zijn er zijstraten, rij je meer naar rechts. Daarbij pas je ook de snelheid aan.

Zijstraten

Zijn er zijstraten van rechts, rij je meer naar links. Je kunt eerder en verder de zijstraten inkijken. Daarnaast word je eerder en beter gezien.
Zijn er zijstraten van links, rij je meer naar rechts. Je kunt eerder en verder de zijstraten inkijken. Daarnaast word je eerder en beter gezien.

 

Toestand van het wegdek

Uiteraard rij je niet door diepe plassen of kuilen. Ook laat je putdeksels, pijlen, andere verf op het wegdek, lasnaden en overige rommel op de weg met rust.

Maar ga niet slalommen om putdeksels heen of op het laatste moment uitwijken.

Natuurlijk is het niet zo dat je meteen valt als je ergens overheen rijdt, maar probeer zoveel mogelijk te ontwijken wat op het wegdek is aangebracht en er aan rommel ligt.

Hoe moet je handelen als je al aan het remmen bent en er is opeens (?) een putdeksel of iets anders dat glad kan zijn? Laat dan de remmen los en onmiddellijk na de gladde plek op het wegdek weer remmen.

Drempels

Er worden steeds meer drempels aangelegd. Sommige liggen over de gehele breedte van de rijbaan. Hier hoef je weinig aan je positie te veranderen. Wel zakken de drempels vaak in. Wat je dan wel kan doen, is over de laagste kant heen rijden.

Andere drempels liggen in het midden van een rijstrook. Hier moet je vooraf wel bepalen langs welke kant van de drempel je gaat rijden. Hou dan vooral rekening met paaltjes, geparkeerde auto’s, tegenliggers en zijstraten.

Inhalen

Blijf op ruime afstand van het voertuig dat je wilt inhalen. Meer hierover in het hoofdstuk inhalen.
Haal je in, rij dan zo ver mogelijk naar links.

Uitvoegen

Voeg vloeiend en tijdig uit. Blijf op de uitrijstrook rechts van het midden rijden. Je bent zo verder van het doorgaande verkeer vandaan.

Rijden in groepsverband

Hou tijdens de rijles voldoende afstand van de andere leerling. Zorg er tevens voor dat je zo ver mogelijk vooruit kunt zien. Rij daarom iets links of rechts achter de ander.

Verkeer voor je dat gaat afslaan

Als je ziet dat voor je iemand rechtsaf wil slaan, kijk dan tijdig achter en naast je. Kijk ook goed of hij geen voetgangers of fietsers voor moet laten gaan. Moet hij namelijk stoppen, kun je er gewoon langs rijden.
Als je ziet dat voor je iemand linksaf wil slaan, kijk dan tijdig achter en naast je. Kijk ook goed of hij geen andere weggebruikers voor moet laten gaan. Moet hij stoppen, kun je er gewoon langs rijden.

Levensgevaarlijke afdekongevallen

De situatie hiernaast kan vaak levensgevaarlijk zijn. De tegenligger wil linksaf. Door de auto naast je, is het voor de tegenligger niet (goed) mogelijk om jou te zien. Hou hier altijd rekening mee. Stopt de tegenligger niet, stop jij dan!

Wegversmallingen

Bij wegversmallingen waar niet door borden geregeld is wie er eerst mag, moet je meer naar links gaan rijden. Zo is het voor de tegenligger duidelijk dat jij een motorrijder bent. Ook kan hij aan jouw positie op de weg zien dat je door wil rijden. Rijd hij alsnog door, ga je uiteraard terug naar rechts.

Bladzijde terug

Bladzijde verder

Copyright © 2000-2002 Fersa