Langs
autowegen zijn geen vluchtstroken aangelegd, maar het is
natuurlijk wel fijn dat wanneer je pech hebt je toch je
motorfiets veilig aan de kant kan zetten. Hiervoor zijn
vluchthavens aangelegd. Vluchthavens worden altijd aangegeven
door middel van een klein blauw bordje waar een auto met een
geopende motorkap opstaat waaronder iemand aan het sleutelen is.
 |
Via de ANWB
praatpaal kan je hulp inroepen van de wegenwacht. |
Het is niet toegestaan gebruik te
maken van de vluchthaven als je geen pech met de motorfiets
hebt. Het is dus niet toegestaan om te parkeren op vluchthavens.
Als je pech hebt op een autoweg
is er vaak geen vluchtstrook waar je een veilig heenkomen kan
zoeken. Zorg dat je op een zo veilig mogelijke manier op de
vluchthaven terechtkomt. Sta je éénmaal op de vluchthaven moet
je op de volgende zaken letten:
Is er naast de vluchthaven een
vangrail?
Zo ja, zet de motorfiets zo dicht
mogelijk tegen de vangrail aan.
Zo nee, zet de motorfiets als het
mogelijk is in de berm.
|